De Koran beschrijft tuinen waaronder rivieren stromen, comfortabele huizen, zijden kleren en het gezelschap van de rechtschapenen en hun families, en zegt dat de hoogste beloning Gods welbehagen is. Omdat het buiten de menselijke ervaring ligt, worden de beschrijvingen gegeven in beelden die mensen kunnen begrijpen.
De Koran noemt ook “hur”, zuivere gezellinnen, voor de rechtschapenen, en belooft gelovige mannen en vrouwen evenzeer dat zij het Paradijs met hun echtgenoten zullen binnengaan. Het populaire getal van 72 maagden staat niet in de Koran: het komt van één enkele hadith in at-Tirmidhi die Al-Albani en Ahmad Shakir als zwak beoordeelden. Het Paradijs staat open voor vrouwen en mannen, en de grootste beloning erin is Gods welbehagen.