De meeste gebruiken van het woord in de Koran en hadith gaan over strijd in het gewone leven: voor kennis, geduld en een goed karakter. De Profeet ﷺ noemde de beste jihad “een woord van waarheid tegenover een onrechtvaardige heerser”, en beschreef degene die tegen zijn eigen ziel strijdt omwille van God als een ware strijder. Een veelherhaalde overlevering over een “grotere jihad” tegen het zelf heeft een zwakke keten, maar haar betekenis wordt gesteund door veel authentieke teksten.
Gewapende strijd (qital) is een onderdeel van jihad en is alleen toegestaan ter verdediging tegen agressie en onrecht, met goedkeuring van een legitiem gezag, en met vaste grenzen aan de oorlogvoering. Een persoon of groep heeft in de islam niet het recht zelf jihad uit te roepen, en aanvallen op burgers zijn nooit jihad.