Het schip en de vis
Yunus vlucht naar een beladen schip. Zij trekken het lot en hij is een van degenen die verliezen, en de vis slikt hem in terwijl hij verwijtbaar is. Als hij niet een van degenen was geweest die Allah verheerlijken, was hij in haar buik gebleven tot de Dag waarop zij worden opgewekt. Hij wordt ziek op een kale kust geworpen, en een pompoenplant groeit over hem.
Toon de verzen (10)
وَإِنَّ يُونُسَ لَمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ ﴿١٣٩﴾
Jonas was mede een dergenen die door ons werden gezonden.
إِذْ أَبَقَ إِلَى ٱلْفُلْكِ ٱلْمَشْحُونِ ﴿١٤٠﴾
Toen hij in een geladen schip vluchtte.
فَسَاهَمَ فَكَانَ مِنَ ٱلْمُدْحَضِينَ ﴿١٤١﴾
En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld.
فَٱلْتَقَمَهُ ٱلْحُوتُ وَهُوَ مُلِيمٌۭ ﴿١٤٢﴾
En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.
فَلَوْلَآ أَنَّهُۥ كَانَ مِنَ ٱلْمُسَبِّحِينَ ﴿١٤٣﴾
En indien hij niet eene ware geweest van hen die God loven.
لَلَبِثَ فِى بَطْنِهِۦٓ إِلَىٰ يَوْمِ يُبْعَثُونَ ﴿١٤٤﴾
Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.
۞ فَنَبَذْنَٰهُ بِٱلْعَرَآءِ وَهُوَ سَقِيمٌۭ ﴿١٤٥﴾
En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij was ziek.
وَأَنۢبَتْنَا عَلَيْهِ شَجَرَةًۭ مِّن يَقْطِينٍۢ ﴿١٤٦﴾
Wij deden een pompoenplant over hem heen groeien.
وَأَرْسَلْنَٰهُ إِلَىٰ مِا۟ئَةِ أَلْفٍ أَوْ يَزِيدُونَ ﴿١٤٧﴾
Wij zonden hem daarna tot een volk van honderdduizend zielen of meer.
فَـَٔامَنُوا۟ فَمَتَّعْنَٰهُمْ إِلَىٰ حِينٍۢ ﴿١٤٨﴾
En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.