Wat je zegt voor het slapen
((يَجْمَعُ كَفَّيْهِ ثُمَّ يَنْفُثُ فِيهِمَا فَيَقْرَأُ فِيهِمَا:بسم الله الرحمن الرحيم ﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ اللَّهُ الصَّمَدُ لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ وَلَمْ يَكُن لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ﴾. بسم الله الرحمن الرحيم ﴿قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ الْفَلَقِ مِن شَرِّ مَا خَلَقَ وَمِن شَرِّ غَاسِقٍ إِذَا وَقَبَ وَمِن شَرِّ النَّفَّاثَاتِ فِي الْعُقَدِ وَمِن شَرِّ حَاسِدٍ إِذَا حَسَدَ﴾. بسم الله الرحمن الرحيم ﴿قُلْ أَعُوذُ بِرَبِّ النَّاسِ مَلِكِ النَّاسِ إِلَهِ النَّاسِ مِن شَرِّ الْوَسْوَاسِ الْخَنَّاسِ الَّذِي يُوَسْوِسُ فِي صُدُورِ النَّاسِ مِنَ الْجِنَّةِ وَ النَّاسِ﴾ ثُمَّ يَمْسَحُ بِهِمَا مَا اسْتَطَاعَ مِنْ جَسَدِهِ يَبْدَأُ بِهِمَا عَلَى رَأْسِهِ وَوَجْهِهِ وَمَا أَقبَلَ مِنْ جَسَدِهِ)) (يفعلُ ذلك ثلاثَ مرَّاتٍ).
(Telkens wanneer de Profeet ’s avonds naar zijn bed ging, hield hij zijn handpalmen tegen elkaar, blies erin (een soort blazen dat vooral uit lucht bestaat met weinig speeksel), reciteerde de laatste drie hoofdstukken van de Koran (Al-Ikhlas, Al-Falaq, An-Nas) en wreef daarna met zijn handen over zijn hele lichaam, zoveel als hij kon, beginnend met zijn hoofd en gezicht en daarna alle delen van het lichaam. Dit deed hij drie keer.)
﴿اللَّهُ لاَ إِلَهَ إِلاَّ هُوَ الْحَيُّ الْقَيُّومُ لاَ تَأْخُذُهُ سِنَةٌ وَلاَ نَوْمٌ لَّهُ مَا فِي السَّمَوَاتِ وَمَا فِي الأَرْضِ مَن ذَا الَّذِي يَشْفَعُ عِنْـــــــــــدَهُ إِلاَّ بِإِذْنِهِ يَعْلَمُ مَا بَيْنَ أَيْدِيهِمْ وَمَا خَلْفَهُمْ وَلاَ يُحِيطُونَ بِشَيْءٍ مِّنْ عِلْمِهِ إِلاَّ بِمَا شَاء وَسِعَ كُرْسِيُّهُ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضَ وَلاَ يَؤُودُهُ حِفْظُهُمَا وَهُوَ الْعَلِيُّ الْعَظِيمُ﴾.
Allah - er is geen god dan Hij, de Levende, de Onderhouder van [al het] bestaan. Noch sluimer overmant Hem, noch slaap. Aan Hem behoort wat in de hemelen is en wat op de aarde is. Wie is het die bij Hem kan bemiddelen, behalve met Zijn toestemming? Hij weet wat [thans] voor hen ligt en wat na hen zal zijn, en zij omvatten niets van Zijn kennis, behalve wat Hij wil. Zijn Kursi strekt zich uit over de hemelen en de aarde, en hun behoud vermoeit Hem niet. En Hij is de Allerhoogste, de Allergrootste.
﴿آمَنَ الرَّسُولُ بِمَا أُنزِلَ إِلَيْهِ مِن رَّبِّهِ وَالْمُؤْمِنُونَ كُلٌّ آمَنَ بِاللَّهِ وَمَلآئِكَتِهِ وَكُتُبِهِ وَرُسُلِهِ لاَ نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِّن رُّسُلِهِ وَقَالُواْ سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا غُفْرَانَكَ رَبَّنَا وَإِلَيْكَ الْمَصِيرُ لاَ يُكَلِّفُ اللَّهُ نَفْساً إِلاَّ وُسْعَهَا لَهَا مَا كَسَبَتْ وَعَلَيْهَا مَا اكْتَسَبَتْ رَبَّنَا لاَ تُؤَاخِذْنَا إِن نَّسِينَا أَوْ أَخْطَأْنَا رَبَّنَا وَلاَ تَحْمِلْ عَلَيْنَا إِصْراً كَمَا حَمَلْتَهُ عَلَى الَّذِينَ مِن قَبْلِنَا رَبَّنَا وَلاَ تُحَمِّلْنَا مَا لاَ طَاقَةَ لَنَا بِهِ وَاعْفُ عَنَّا وَاغْفِرْ لَنَا وَارْحَمْنَآ أَنتَ مَوْلاَنَا فَانصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ﴾.
( 285 ) De Boodschapper heeft geloofd in wat aan hem van zijn Heer geopenbaard is, en [zo ook] de gelovigen. Zij allen hebben geloofd in Allah en Zijn engelen en Zijn boeken en Zijn boodschappers, [zeggend]: Wij maken geen onderscheid tussen enige van Zijn boodschappers. En zij zeggen: Wij horen en wij gehoorzamen. [Wij vragen] Uw vergeving, onze Heer, en tot U is de [uiteindelijke] terugkeer.( 286 ) Allah belast een ziel slechts [met datgene wat] binnen haar vermogen [ligt]. Zij ontvangt [de gevolgen van] wat zij [aan goeds] heeft verdiend en zij draagt [de gevolgen van] wat zij [aan kwaads] heeft verworven. Onze Heer, houd ons niet verantwoordelijk als wij vergeten of gefaald hebben. Onze Heer, en leg ons geen last op zoals U die hebt opgelegd aan hen die vóór ons waren. Onze Heer, en belast ons niet met datgene waartoe wij niet in staat zijn. En wis onze fouten uit; en vergeef ons; en wees ons barmhartig. U bent onze Beschermer, geef ons dus de overwinning over het ongelovige volk.
((بِاسْمِكَ رَبِّي وَضَعْتُ جَنْبِي، وَبِكَ أَرْفَعُهُ، فَإِن أَمْسَكْتَ نَفْسِي فارْحَمْهَا، وَإِنْ أَرْسَلْتَهَا فَاحْفَظْهَا، بِمَا تَحْفَظُ بِهِ عِبَادَكَ الصَّالِحِينَ)).
(In Uw naam, mijn Heer, ga ik liggen en in Uw naam sta ik op; als U mijn ziel neemt, wees haar dan barmhartig, en als U mijn ziel teruggeeft, bescherm haar dan zoals U Uw rechtschapen dienaren beschermt.)
((اللَّهُمَّ إِنَّكَ خَلَقْتَ نَفْسِي وَأَنْتَ تَوَفَّاهَا، لَكَ مَمَاتُهَا وَمَحْياهَا، إِنْ أَحْيَيْتَهَا فَاحْفَظْهَا، وَإِنْ أَمَتَّهَا فَاغْفِرْ لَهَا. اللَّهُمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ العَافِيَةَ)).
(O Allah, voorwaar, U hebt mijn ziel geschapen en U zult haar het leven afnemen; aan U behoort haar leven en haar dood. Als U mijn ziel in leven houdt, bescherm haar dan, en als U haar het leven afneemt, vergeef haar dan. O Allah, ik vraag U mij gezondheid te schenken.)
((اللَّهُمَّ قِنِي عَذَابَكَ يَوْمَ تَبْعَثُ عِبَادَكَ)).
(O Allah, bescherm mij tegen Uw straf op de dag dat Uw dienaren worden opgewekt.)
((بِاسْمِكَ اللَّهُمَّ أَمُوتُ وَأَحْيَا)).
(In Uw naam, O Allah, leef ik en sterf ik.)
((سُبْحَانَ اللَّهِ (ثلاثاً وثلاثين) وَالْحَمْدُ لِلَّهِ (ثلاثاً وثلاثين) وَاللَّهُ أَكْبَرُ (أربعاً وثلاثينَ))).
(Hoe volmaakt is Allah. (drieëndertig keer) Alle lof komt Allah toe.(drieëndertig keer) Allah is de Grootste.(vierendertig keer))
((اللَّهُمَّ رَبَّ السَّمَوَاتِ السَّبْعِ وَرَبَّ الأَرْضِ، وَرَبَّ الْعَرْشِ الْعَظِيمِ، رَبَّنَا وَرَبَّ كُلِّ شَيْءٍ، فَالِقَ الْحَبِّ وَالنَّوَى، وَمُنْزِلَ التَّوْرَاةِ وَالْإِنْجِيلِ، وَالْفُرْقَانِ، أَعُوذُ بِكَ مِنْ شَرِّ كُلِّ شَيْءٍ أَنْتَ آخِذٌ بِنَاصِيَتِهِ. اللَّهُمَّ أَنْتَ الأَوَّلُ فَلَيْسَ قَبْلَكَ شَيْءٌ، وَأَنْتَ الآخِرُ فَلَيسَ بَعْدَكَ شَيْءٌ، وَأَنْتَ الظَّاهِرُ فَلَيْسَ فَوْقَكَ شَيْءٌ، وَأَنْتَ الْبَاطِنُ فَلَيْسَ دُونَكَ شَيْءٌ، اقْضِ عَنَّا الدَّيْنَ وَأَغْنِنَا مِنَ الْفَقْرِ)).
(O Allah, Heer van de zeven hemelen en de verheven Troon, onze Heer en Heer van alle dingen, Splijter van het zaad en de dadelpit, Openbaarder van de Tawrah, de Indjiel en de Furqan, ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad van alle dingen die U bij het voorhoofd zult grijpen (d.w.z. waarover U volledige heerschappij hebt). O Allah, U bent de Eerste, dus is er niets vóór U, en U bent de Laatste, dus is er niets na U.U bent Aththahir, dus is er niets boven U, en U bent Al-Batin, dus is er niets dichterbij dan U.Los onze schuld voor ons af en behoed ons voor armoede.)(Tawrah: het boek dat aan Moesa u. werd geopenbaard.)(Indjiel: het boek dat aan ʿIesa u. werd geopenbaard.)(Furqan: een van de vele namen van de Koran, het betekent: het Onderscheidingscriterium dat waarheid van valsheid onderscheidt.)(Aththahir: duidt op de grootheid van Zijn eigenschappen en de nietigheid van elk schepsel ten opzichte van Zijn grootheid en Verhevenheid, want Hij is boven heel Zijn schepping wat Zijn wezen en eigenschappen betreft.)(Al-Batin: duidt op Zijn weten en kennis van alle geheimen, van wat in de harten is en van de meest intieme zaken, evenals op Zijn nabijheid bij allen op een wijze die Zijn majesteit past.)
((الْحَمْدُ لِلَّهِ الَّذِي أَطْعَمَنَا وَسَقَانَا، وَكَفَانَا، وَآوَانَا، فَكَمْ مِمَّنْ لاَ كَافِيَ لَهُ وَلاَ مُؤْوِيَ)).
(Alle lof komt Allah toe, Die ons te eten en te drinken heeft gegeven, Die ons voldoende is en ons onderdak heeft geboden, want hoeveel zijn er niet die niemand hebben die hen voorziet of onderdak biedt.)
((اللَّهُمَّ عَالِمَ الغَيْبِ وَالشَّهَادَةِ فَاطِرَ السَّمَوَاتِ وَالْأَرْضِ، رَبَّ كُلِّ شَيْءٍ وَمَلِيكَهُ، أَشْهَدُ أَنْ لاَ إِلَهَ إِلاَّ أَنْتَ، أَعُوذُ بِكَ مِنْ شَرِّ نَفْسِي، وَمِنْ شَرِّ الشَّيْطانِ وَشِرْكِهِ، وَأَنْ أَقْتَرِفَ عَلَى نَفْسِي سُوءاً، أَوْ أَجُرَّهُ إِلَى مُسْلِمٍ)).
(O Allah, Kenner van het zienlijke en het onzienlijke, Schepper van de hemelen en de aarde, Heer en Heerser van alle dingen, ik getuig dat niemand het recht heeft aanbeden te worden behalve U. Ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad van mijn ziel en tegen het kwaad en de shirk van de duivel, en tegen het begaan van onrecht tegen mijn ziel of het brengen daarvan over een andere moslim.)(shirk: het toekennen van deelgenoten aan Allah in zaken die specifiek aan Hem toebehoren. Dit kan voorkomen in (1) geloof, bijv. geloven dat iemand anders dan Allah de macht heeft om te baten of te schaden, (2) woord, bijv. zweren bij iemand anders dan Allah en (3) daad, bijv. buigen of zich neerwerpen voor iemand anders dan Allah.)
((يَقْرَأُ ﴿الم﴾ تَنْزِيلَ السَّجْدَة ِ، وَتَبَارَكَ الَّذي بِيَدِهِ الْمُلْكُ)).
(De Profeet ging nooit slapen voordat hij Soerat As-Sajdah (hoofdstuk 32) en Soerat Al-Mulk (hoofdstuk 67) had gereciteerd.)
((اللَّهُمَّ أَسْلَمْتُ نَفْسِي إِلَيْكَ، وَفَوَّضْتُ أَمْرِي إِلَيْكَ، وَوَجَّهْتُ وَجْهِي إِلَيْكَ، وَأَلْجَأْتُ ظَهْرِي إِلَيْكَ، رَغْبَةً وَرَهْبَةً إِلَيْكَ، لاَ مَلْجَأَ وَلاَ مَنْجَا مِنْكَ إِلاَّ إِلَيْكَ، آمَنْتُ بِكِتَابِكَ الَّذِي أَنْزَلْتَ، وَبِنَبِيِّكَ الَّذِي أَرْسَلْتَ)).
(O Allah, ik geef mijn ziel aan U over, ik vertrouw mijn zaak aan U toe, ik wend mijn gezicht naar U en ik vertrouw volledig op U, in hoop op en vrees voor U.Voorwaar, er is geen toevlucht en geen veilige haven voor U dan bij U. Ik geloof in Uw Boek dat U hebt geopenbaard en in Uw Profeet die U hebt gezonden.)(Als je dan sterft, sterf je op de fitrah.)(fitrah: de godsdienst van de islam, de weg van Ibraheem u.)
Smeekbeden bij het wakker worden
(.الْحَمْدُ للَّهِ الَّذِي أَحْيَانَا بَعْدَ مَا أَمَاتَنَا، وَإِلَيْهِ النُّشُورُ )
(Alle lof komt Allah toe, Die ons het leven heeft gegeven nadat Hij het ons had afgenomen, en tot Hem is de opstanding.)
لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَحْدَهُ لاَ شَريكَ لَهُ، لَهُ الْمُلْكُ وَلَهُ الْحَمْدُ، وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ، سُبْحَانَ اللَّهِ، وَالْحَمْدُ للَّهِ، وَلاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ، وَاللَّهُ أَكبَرُ، وَلاَ حَوْلَ وَلاَ قُوَّةَ إِلاَّ بِاللَّهِ الْعَلِيِّ الْعَظِيمِ، رَبِّ اغْفرْ لِي
(Niemand heeft het recht aanbeden te worden behalve Allah, alleen zonder deelgenoot; Hem komt heerschappij en lof toe en Hij heeft volledige macht over alle dingen. Hoe volmaakt is Allah, en alle lof komt Allah toe, en niemand heeft het recht aanbeden te worden behalve Allah, Allah is de Grootste en er is geen kracht en geen macht dan bij Allah, de Allerhoogste, de Allergrootste.O mijn Heer, vergeef mij)
( الْحَمْدُ لِلَّهِ الَّذِي عَافَانِي فِي جَسَدِي، وَرَدَّ عَلَيَّ رُوحِي، وَأَذِنَ لي بِذِكْرِهِ )
(Alle lof komt Allah toe, Die mij mijn gezondheid heeft teruggegeven, mijn ziel heeft teruggebracht en mij heeft toegestaan aan Hem te gedenken.)
﴿ إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضِ وَاخْتِلاَفِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ لَآيَاتٍ لأُوْلِي الألْبَابِ الَّذِينَ يَذْكُرُونَ اللَّهَ قِيَاماً وَقُعُوداً وَعَلَىَ جُنُوبِهِمْ وَيَتَفَكَّرُونَ فِي خَلْقِ السَّمَوَاتِ وَالأَرْضِ رَبَّنَا مَا خَلَقْتَ هَذا بَاطِلاً سُبْحَانَكَ فَقِنَا عَذَابَ النَّارِ رَبَّنَا إِنَّكَ مَن تُدْخِلِ النَّارَ فَقَدْ أَخْزَيْتَهُ وَمَا لِلظَّالِمِينَ مِنْ أَنصَارٍ رَّبَّنَا إِنَّنَا سَمِعْنَا مُنَادِياً يُنَادِي لِلإِيمَانِ أَنْ آمِنُواْ بِرَبِّكُمْ فَآمَنَّا رَبَّنَا فَاغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَكَفِّرْ عَنَّا سَيِّئَاتِنَا وَتَوَفَّنَا مَعَ الأبْرَارِ رَبَّنَا وَآتِنَا مَا وَعَدتَّنَا عَلَى رُسُلِكَ وَلاَ تُخْزِنَا يَوْمَ الْقِيَامَةِ إِنَّكَ لاَ تُخْلِفُ الْمِيعَادَ فَاسْتَجَابَ لَهُمْ رَبُّهُمْ أَنِّي لاَ أُضِيعُ عَمَلَ عَامِلٍ مِّنكُم مِّن ذَكَرٍ أَوْ أُنثَى بَعْضُكُم مِّن بَعْضٍ فَالَّذِينَ هَاجَرُواْ وَأُخْرِجُواْ مِن دِيَارِهِمْ وَأُوذُواْ فِي سَبِيلِي وَقَاتَلُواْ وَقُتِلُواْ لأُكَفِّرَنَّ عَنْهُمْ سَيِّئَاتِهِمْ وَلأُدْخِلَنَّهُمْ جَنَّاتٍ تَجْرِي مِن تَحْتِهَا الأَنْهَارُ ثَوَاباً مِّن عِندِ اللَّهِ وَاللَّهُ عِندَهُ حُسْنُ الثَّوَابِ لاَ يَغُرَّنَّكَ تَقَلُّبُ الَّذِينَ كَفَرُواْ فِي الْبِلاَدِ مَتَاعٌ قَلِيلٌ ثُمَّ مَأْوَاهُمْ جَهَنَّمُ وَبِئْسَ الْمِهَادُ لَكِنِ الَّذِينَ اتَّقَوْاْ رَبَّهُمْ لَهُمْ جَنَّاتٌ تَجْرِي مِنْ تَحْتِهَا الأَنْهَارُ خَالِدِينَ فِيهَا نُزُلاً مِّنْ عِندِ اللَّهِ وَمَا عِندَ اللَّهِ خَيْرٌ لِّلأَبْرَارِ وَإِنَّ مِنْ أَهْلِ الْكِتَابِ لَمَن يُؤْمِنُ بِاللَّهِ وَمَا أُنزِلَ إِلَيْكُمْ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيْهِمْ خَاشِعِينَ لِلَّهِ لاَ يَشْتَرُونَ بِآيَاتِ اللَّهِ ثَمَناً قَلِيلاً أُوْلَئِكَ لَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ إِنَّ اللَّهَ سَرِيعُ الْحِسَابِ يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُواْ اصْبِرُواْ وَصَابِرُواْ وَرَابِطُواْ وَاتَّقُواْ اللَّهَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ ﴾
( 190 ) Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in de wisseling van nacht en dag zijn tekenen voor hen die verstand hebben.( 191 ) Zij die Allah gedenken terwijl zij staan of zitten of [liggen] op hun zij en nadenken over de schepping van de hemelen en de aarde, [zeggend]: Onze Heer, U hebt dit niet doelloos geschapen; verheven bent U [boven zoiets]; bescherm ons dus tegen de straf van het Vuur.( 192 ) Onze Heer, voorwaar, wie U in het Vuur doet binnengaan - die hebt U vernederd, en voor de onrechtplegers zijn er geen helpers.( 193 ) Onze Heer, voorwaar, wij hebben een roeper horen roepen tot het geloof, [zeggend]: ‘Geloof in jullie Heer’, en wij hebben geloofd. Onze Heer, vergeef ons dus onze zonden en neem onze misdaden van ons weg en laat ons sterven met de rechtschapenen.( 194 ) Onze Heer, en schenk ons wat U ons beloofd hebt door Uw boodschappers en vernedig ons niet op de Dag der Opstanding. Voorwaar, U breekt [Uw] belofte niet.( 195 ) En hun Heer antwoordde hun: Nooit zal Ik toestaan dat het werk van [enige] werker onder jullie verloren gaat, man of vrouw; jullie zijn van elkaar. Zij die dus emigreerden of uit hun huizen verdreven werden of in Mijn zaak schade leden of streden of gedood werden - Ik zal zeker hun misdaden van hen wegnemen en Ik zal hen zeker doen binnengaan in tuinen waaronder rivieren stromen, als beloning van Allah, en Allah heeft bij Zich de beste beloning.( 196 ) Laat je niet misleiden door de [ongehinderde] beweging van de ongelovigen door het land.( 197 ) [Het is slechts] een klein genot; daarna is hun [uiteindelijke] toevlucht de Hel, en slecht is de rustplaats.( 198 ) Maar zij die hun Heer vreesden, zullen tuinen hebben waaronder rivieren stromen, daarin eeuwig verblijvend, als onderkomen van Allah. En wat bij Allah is, is het beste voor de rechtschapenen.( 199 ) En voorwaar, onder de Mensen van de Schrift zijn er die in Allah geloven en in wat aan jullie geopenbaard is en in wat aan hen geopenbaard is, [nederig] onderworpen aan Allah. Zij verkopen de verzen van Allah niet voor een geringe prijs.Dezen zullen hun beloning bij hun Heer hebben. Voorwaar, Allah is snel in de afrekening.( 200 ) O jullie die geloven, wees geduldig en volhardend, blijf standvastig en vrees Allah, opdat jullie succesvol mogen zijn.